Oud-Hoornbeeckstudent Gerdinand werkt met verslaafden, prostituees en vluchtelingen

Gerdinand de Vries oud-hoornbeeckstudent

Het voormalige klooster Sint Rosa in Amsterdam-Noord is één van de werkplekken van Gerdinand de Vries. Ver weg van de Biblebelt verleent de oud-Hoornbeeckstudent hier geestelijke verzorging aan verslaafden, psychiatrisch patiënten, prostituees en uitgeprocedeerde vluchtelingen. Kansarmen die in het afvalputje van de samenleving dreigen te vallen. Ze vinden bij Gerdinand een luisterend oor en een meelevend hart. “Ik probeer in die ander altijd de Ander te ontmoeten. Als ik hier een kamertje binnenstap, geloof ik dat God er al is vóór ik er ben.”

Dertien jaar was Gerdinand toen hij tot geloof kwam. Kerkelijk gezien ging het snel met de jonge Stolwijker. Op zijn 15e deelde hij Bijbels uit op het station in Gouda, op zijn 16e was hij betrokken bij evangelisatiekampen, op zijn 17e deed hij belijdenis en werd leider van de jeugdvereniging.

Hoornbeeckjaren

“Ik wilde heel graag theologie doen, maar dat is met een vmbo-diploma niet mogelijk.” Hij koos voor de opleiding Sociaal Agogisch Werk-Speciale Doelgroepen van het Hoornbeeck College Rotterdam. “Werken met mensen heeft mijn hart.” Waarom Hoornbeeck? “Dat sprak voor zich, daar ging je heen, het hoorde er gewoon bij.”

Ik zag de zwervers niet, zó veilig waren we opgevoed en opgegroeid

 

Drie mooie Hoornbeeckjaren volgden, vol kennis, vaardigheden en ervaringen. Hij verbaast zich nog over met name het eerste jaar. “Dan liepen we met de hele groep over het Zuidplein naar school. Het leek of niemand om zich heen keek en de zwervers zag. Ik ook niet. Zó veilig waren we opgevoed en opgegroeid. Maar tijdens een zomers rondje door het park gingen mijn ogen open en zag ik de zwervers. Ze raakten me en ik vroeg me af: hoe is jullie leven?”

Alle ellende

Het antwoord op die vraag kreeg de SAW-student in het tweede Hoornbeeckjaar tijdens een stage in een opvanghuis van het Leger des Heils in Gouda. “Er is veel gebeurd in die stage. Zoals de ontmoeting met een twee meter lange man – type kleerkast – met agressieproblemen. Collega’s zeiden: als hij voor de deur staat, níét opendoen maar ons roepen. Ik deed per ongeluk toch open, zag hem niet staan voor de deur. Hij stond opeens voor mijn neus en begon enorm te schreeuwen. Bijzonder genoeg voelde ik eigenlijk geen angst.

De dagen erna zat hij tijdens de maaltijd steeds alleen aan tafel, niemand durfde naast hem te zitten. Na drie avonden ben ik er wel naast gaan zitten en heb niets gezegd. De avond erna weer. Toen ik de derde avond weer zwijgend naast hem zat te eten, brak hij uit in huilen. Alle ellende kwam eruit, over zijn kleine zoontje dat uit huis was geplaatst vanwege zijn woedeaanvallen.” Het was het eerste antwoord op Gerdinands vraag: hoe is jullie leven? Er zouden er nog veel volgen de jaren erna.

Theologie

Ook de Hoornbeeck-eindstage van Gerdinand was zeker niet doorsnee. Hij ging aan de slag in Sliedrecht bij de pioniersplek Pand33. Hier vonden vluchtelingen en verslaafden een veilige plek en waren initiatieven zoals ‘kerk in de kroeg’. “Ik ontdekte er dat mijn hart buiten de kerk lag, bij mensen met verslaving, psychiatrische problematiek of huiselijk geweld.”

Tegelijk bleef theologie aan hem trekken, na het Hoornbeeck studeerde hij daarom theologie (hbo) aan de CHE in Ede. Op de periode op het Hoornbeeck kijkt hij dankbaar terug. “De school heeft me laten zien waar mijn hart ligt. Ik kreeg er bovendien alle ruimte om dingen te doen. Ik hield er dagopeningen en was betrokken bij paas- en kerstbijeenkomsten.”

In Amsterdam

De overstap naar theologie was geen eenvoudige, de opleiding was in het eerste jaar vooral gericht op werken binnen de kerk. Van zijn eerste stage – binnen de kerk – werd hij dan ook erg ongelukkig. Familie en vrienden stonden bovendien op het standpunt dat je ‘buiten de kerk geen geld kon verdienen met theologie’.

Ik wandelde vanbinnen juichend door Amsterdam, ik ervoer dat God daar een plek voor mij zou hebben

De ommekeer kwam tijdens een missionair weekend met medestudenten in Amsterdam. Daar ontdekte Gerdinand waar zijn plek zou zijn: in Amsterdam. “Het klinkt misschien vreemd, maar ik wandelde van binnen juichend door de stad dat weekend. Ik ervoer dat God er een plek voor mij zou hebben.”

Flexpool

Die plek kwam er vier jaar later, na zijn afstuderen aan de CHE. Hij kreeg een plek in de flexpool van het Amsterdamse Leger des Heils en werkte op diverse locaties.” Niet lang daarna kreeg hij een aanstelling als pastor en werkt nu op vier locaties. Op de Rosaburgh, in het klooster Sint Rosa, is Gerdinand er voor kwetsbare vrouwen, op de Daalburg werkt hij met uitgeprocedeerde asielzoekers. In Domus2 ontmoet hij psychiatrisch patiënten en verslaafden en in het Instroomhuis zijn er vooral mensen die nog geen indicatie hebben. “En voor iedereen die interesse heeft in de Bijbel geef ik midden op de Wallen de Bijbelgespreksgroep.”

Geen dossiers

In Gerdinands werk is ‘levellen’ met de cliënt een eerste vereiste, er ontstaat pas een relatie als er sprake is van gelijkheid en wederkerigheid. “Ik lees dan vaak van tevoren ook geen dossiers door en wil onbevooroordeeld een eerste gesprek aangaan. Op de groep kijk ik steeds naar een mogelijkheid om aan te sluiten bij bewoners. Vaak nodig ik mensen uit om gewoon een spelletje te spelen. Stapje voor stapje bouw je een relatie op.

Maar let wel, er zijn ook veel valkuilen. Je moet echt kennis hebben van de uitdagingen van mensen om daar niet in te vallen.” Gerdinand heeft een deel van die noodzakelijke kennis opgedaan op het Hoornbeeck College en heeft daar nog iedere dag profijt van.

Groot is Uw trouw

Laatste vraag aan de oud-student: wat is het resultaat van je werk? “Waar ik blij van word is als ik in de ander de Ander ontmoet. Ik geloof dat God er al is voor ik een kamertje binnenstap.”

Bij ‘Groot is Uw trouw o Heer’ haakte de vrouw aan

“Zo was ik hier een paar weken geleden bij een vrouw die niets meer zag zitten. De gordijnen zaten dicht, ze kwam niet buiten haar kamer, een en al donkerheid. Ik heb toen een lied opgezet en dat landde zó bij haar. ‘Mijn moeder zong ook altijd christelijke liedjes’ vertelde ze. Ik ben toen oude nummers gaan zingen, bij ‘Groot is Uw trouw o Heer’ haakte ze aan en zong mee. We hebben een half uur gouwe ouwe liederen gezongen. De dag erna vertelden collega’s uit de verzorging: er is iets opgelost in haar leven, ze kwam weer bij de lunch.”

Gerdinand de Vries

  • Functie: Geestelijk Verzorger Leger des Heils Amsterdam
  • Woonplaats: Almere
  • Hoornbeeck Rotterdam
  • 2011-2014 Sociaal Agogisch Werk – Speciale Doelgroepen
  • 2014-2019 CHE Theologie

Dit artikel komt uit de Forward – voorjaar 2020, het magazine van HoornBACK.